De Kra

Het jaar 2159 De Amerikaanse president en de president van het verenigt Korea zaten ieder in hun eigen verblijf op de geheime luchtmachtbasis aan de baai van het Shanka meer. Het was vandaag de dag van de dubbele rollout van hun nieuwste speeltje. Een super bomenwerper. Beide landen hadden hun beste techneuten laten aan rukken om dit product te verwezenlijken. Het vliegtuigen had niet alleen uiterlijk veel weg van het gevleugeld reptiel pterosaurus het bewoog zich ook zo. De vergelijking ging neg verder doordat er onder de huid een bijna levende laag bestond die bedoeld was om de huid bij beschadiging te repareren. Alleen de lang snavel of bek ontbrak. De Amerikaanse president had deze basis nodig om in het geheim zijn super-bommenwerper te produceren. Omgekeerd had de president van Korea de Amerikaanse technologie nodig. De Koreanen waren bijna paranoïde geweest en moesten alles weten, zo bang waren ze omdat ze de technologische kennis niet hadden. Die achter docht bleek ook terecht. Toen een van de gezamenlijk ontwikkelde bommenwerpers eenmaal in amerikaanse handen was konden zij gemakkelijk de software vervangen om de hoog beweeglijke vleugels optimaal aan te sturen.. Hierdoor konden ze de bommenwerper acrobatische toeren leren die een wereldkampioen turner ver boven de pet gingen. Het was een korte ceremonie met een inspektie van beide strijdkrachten. Vorstrekt simetrich. Daarna stegen beide strijd-vogels op. Direct daarna vertrok ook de Amerikaanse president in een gevechtsstraaljager. De Koreaanse president vond dat hij wel erg veel haast had. Hij hoefde niet lang te wachten op een antwoord. Aan vankelijk vlogen de twee amerikaanse liegthuigen richting Alasca. Maar al snel keerde het vligend reptiel zich 180 om, om op ongeveer vijf kilometer afstand het vuur te openen op zijn tweeling toestel. De Koreanen waren volkomen verast. Een krachtige laser straal dooreborde de huid van het Koreaanse toestel op precies zijn achilleshiel. Op een ding had zelfs de Amerikaanse president niet gerekend. Dit enorme oorlogs speeltje was zich ter degen bewust van zichzelf. Hij was Kra de kijzer van de wereld. Hij waande zich onoverwinnelijk. Vroegen was er altijd veel te doen over de dood. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik mij daarbij moet vorstellen. Het schijnt zoiets te betekenen als ”er niet zijn”, Ze waren er bang voor. Maar waarom moet je daar bang voor zijn. Ik heb en elektronische neuraal netwerk. Daardoor ben ik me bewust van me zelf. Ik zou mezelf uit kunnen schakelen. Ben je dan dood? Mijn hele connectoom zou opgeslagen kunnen worden in een paar miljoen matrices. Als die informatie geladen wordt in een nieuwe creaat, krijgt deze de illusie dat hij mij is. Toen het creationisme op kwam werden daar verhitten debatten over gevoerd. In die tijd had men per individu een geheugen en een bewust zijn, daarom dacht men dat deze gekoppeld waren. Men wist niet dat het bewust zijn een illusie was. Daarvoor had men een soort ziel waarvan men vooral niet mocht vragen wat dat nu exact was. Het was een soort god. Als men te veel vragen stelde vluchten men vaagheden als “Gods wegen zijn ondoorgrondelijk” Ik heb een vleugelspanwijdte van 10 meter Mijn huid bestaat uit vezels van nanotubes. Vijfhonderdmaal sterker dan staal. Ik hoef mij niet te wassen. Een bad met modder en zwavelzuur of andere chemicaliën zouden niet op mijn huid blijven zitten maar er gewoon afrollen. In mijn onderbuik zit een blaas Waar ik vloeibare waterstof, zuurstof, stikstof of kooldioxide verzamel. Ik heb een ionen motor en onder mij vleugels zitten twee ramjets. Een soort straalmotor. Met mijn ionenmotor kan ik ons zonnestelsel door kruisen. Een kruisraket of andere wapens uit de een en twintigste eeuw zouden mij niet kunnen deren. Mijn huid is dunner dan die van een olifant maar vele malen sterker. Op microscopische schaal ben ik opgebouwd uit levende cellen Op een vergelijkbare manier als de eucaryotische cel de bases vormde voor het leven dat evolutionair was ontstaan, zo vormen de creacellen de basis van mij en mijn soortgenoten. Zo ook repareren en assembleren de creacellen de createn. Men kan dit levende cellen noemen maar ze zijn wel ontworpen. Ze zijn dus niet het resultaat van enig evolutionair proces. Ze kunnen niet zelfstandig in de vrije natuur over leven, maar dat konden de cellen van de mens ook niet. Ik woon in een cosmocel. Daar voel ik mij thuis. Mocht ik gewond raken dan zal ik altijd proberen thuis te komen. Mijn Cosmocel draait in een baan om de zon samen met duizenden andere cosmocellen buiten de astroïde gordel. Een cosmocel is een binnenstebuiten gekeerde planeet van enkele kilometers door snede. Het bevat een weersysteem die lijkt op de aarde. Om de temperatuur te regelen en min of meer constant te houden zitten er in het centrum twee bassins met water een koude en een warme zee met daar in het leven dat ook in de zee van de aarde voor komt. Zoals vissen koraal en zeezoogdieren. Het wateroppervlak is onder hevig aan microzwaartekracht. Bij een licht briesje ontstaan daar al snel golven van bijna 100 meter, waarin dolfijnen acrobatische toeren uithalen. Het materiaal waar ik uit ben opgebouwd is ook afkomstig van de astroïde gordel. Soms scheer over de bovenste lagen van de dampkring van Jupiter om wat slokken waterstof te bunkeren als ik gebrek aan energie heb. Ik kan mijn energie voorraad ook wel aanvullen door middel van zonnen cellen. Maar voor de ionenmotor heb ik massa nodig voor het verkrijgen van voldoende impuls. Het NAVO-leger dat men begin een eenentwintigste eeuw had samengesteld met al zijn drones, kruisraketten en oorlogsbodems zou geen partij voor mij zijn. Ik zou ze in enkele uren op de knieën kunnen dwingen.

De nederzetting

Ik groeide op aan de oevers van de ringvaart in een kleine nederzetting. Mijn ouders hadden daar een kostgrondje waar ze groente zoals Sla, spinazie, pastinaak en watermeloen verbouwden. Ze hadden ook een klein boomgaard met bananen, papaja’s en mango bomen. Er waren twee berghellingen. Aan de overkant van de ringvaart was er een droge berghelling met veel cactussen en aan deze zijde was er een natte berghelling. Hier wordt het hoogwoud afgewisseld met lianenbossen. Als je met je gezicht naar de droge berghelling keek kwam de wind altijd van links. Het water in de ringvaart stroomde altijd met de wind mee. Deze richting werd het oosten genoemd, tegen de wind en de stroming werd het westen genoemd. Aan de droge zijde van de ringvaar was er een breed strand. Als ik naar de markt wilde om inkopen te doen haalde ik Celesta uit de weide.
Celesta was een pony. Vaak ging het in volle galop over het strand. Op een dag viel het me op dat celesta minder moe werd als we naar het oosten reden dan als we naar het westen reden. Dat was vooral te merken als je de ringvaart helemaal rond reedt. Als je naar het oosten reed en je reedt flink door dan kwam je naar anderhalf a twee uur van uit het westen weer op dezelfde plaats aan. Het was totaal ongeveer 31 kilometer.

De nanies

De periode in de 21 ste eeuw was de periode van de vergrijzing toen werden de zorgrobots heel populair. Toen men aan het einde van de 21 ste eeuw voorderingen maakte in het nabouwen van de menselijke hersenen kregen we heel veel meer inzicht in de psychologie van de mens. Daardoor werd het mogelijk om zeer zorgzame zorgrobots te ontwerpen. Deze robots hebben maar een doel het pleasen van medemens. Een biologisch brein is plastisch in principe kan elke verbinding tussen twee zenuwcellen worden verbroken en er is geen beperking voor nieuwe verbindingen, behalve dan dat hoe verder da twee cellen van elkaar verwijderd hoe onwaarschijnlijker de verbinding. Tijdens het verwerken van informatie wordt ook geleerd. Daardoor verandert het netwerk. In een kunstmatig netwerk hoeft dit niet het geval te zijn Bij het ontwerp kan worden bepaald in welke mate de verbindingen gewijzigd mogen worden. Men kan besluiten sommige verbindingen een permanente status te geven. Zo koos men in het verleden er altijd voor karaktereigenschappen die bijdroegen aan het welzijn van mensen de permanente status te geven. Hierdoor kon je ervan op aan dat de nanies hielden van mensen en aan je gehecht raakten. Het negatieve hiervan was dat ze ook heel erg jaloers konden worden. Deze gevoelens hebben ze overgenomen van mensen, doordat hun brein de basis vormde voor de kunstmatige intelligentie. Hoewel de nanies hierin niet foutloos waren kon je er toch wel van uitgaan dat zij zich ten dienste stelden voor de biologische mens. Voor het vastleggen van informatie, zowel als het aanpassen van het gedrag maken beide systemen wel nieuwe verbindingen. De kunstmatige intelligenties hadden echter hun grenzen als het ging op aanpassingen. Of ze wel een bewustzijn hadden of dat hun gedrag bestond uit kunstjes kon niemand met zekerheid zeggen.

De nanies

De periode in de 21 ste eeuw was de periode van de vergrijzing toen werden de zorgrobots heel populair. Toen men aan het einde van de 21 ste eeuw voorderingen maakte in het nabouwen van de menselijke hersenen kregen we heel veel meer inzicht in de psychologie van de mens. Daardoor werd het mogelijk om zeer zorgzame zorgrobots te ontwerpen. Deze robots hebben maar een doel het pleasen van medemens. Een biologisch brein is plastisch in principe kan elke verbinding tussen twee zenuwcellen worden verbroken en er is geen beperking voor nieuwe verbindingen, behalve dan dat hoe verder da twee cellen van elkaar verwijderd hoe onwaarschijnlijker de verbinding. Tijdens het verwerken van informatie wordt ook geleerd. Daardoor verandert het netwerk. In een kunstmatig netwerk hoeft dit niet het geval te zijn Bij het ontwerp kan worden bepaald in welke mate de verbindingen gewijzigd mogen worden. Men kan besluiten sommige verbindingen een permanente status te geven. Zo koos men in het verleden er altijd voor karaktereigenschappen die bijdroegen aan het welzijn van mensen de permanente status te geven. Hierdoor kon je ervan op aan dat de nanies hielden van mensen en aan je gehecht raakten. Het negatieve hiervan was dat ze ook heel erg jaloers konden worden. Deze gevoelens hebben ze overgenomen van mensen, doordat hun brein de basis vormde voor de kunstmatige intelligentie. Hoewel de nanies hierin niet foutloos waren kon je er toch wel van uitgaan dat zij zich ten dienste stelden voor de biologische mens. Voor het vastleggen van informatie, zowel als het aanpassen van het gedrag maken beide systemen wel nieuwe verbindingen. De kunstmatige intelligenties hadden echter hun grenzen als het ging op aanpassingen. Of ze wel een bewustzijn hadden of dat hun gedrag bestond uit kunstjes kon niemand met zekerheid zeggen. De koelies